Groepsuitlijningen

Een groepsuitlijning verbindt meerdere groepen die tot verschillende klassen behoren: zij moeten dezelfde les volgen, op hetzelfde tijdslot, in hetzelfde lokaal, met dezelfde docent.

Belangrijke voorwaarde: die uitlijning moet in de verschillende klassen op hetzelfde vak berusten. Gaat het in twee klassen om verschillende vakken, ook al liggen die didactisch dicht bij elkaar, dan is een uitlijning geen goede manier om de situatie te modelleren.

Concreet: waar een klasverdeling binnen één klas blijft, loopt een uitlijning dwars door meerdere klassen heen.

Toepassingen

Groepsuitlijningen dienen om klasoverstijgende lessen op te zetten waarbij meerdere klassen elk een klein aantal leerlingen hebben die u samenbrengt (uitlijnt) voor één bepaalde gezamenlijke les, die zij vervolgens samen volgen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij:

  • Latijnleerlingen uit 4A, 4B en 4C die samen de les Latijn volgen.
  • Klasoverstijgende keuzevakken in de bovenbouw: maatschappijwetenschappen, kunstgeschiedenis, een derde moderne vreemde taal, enz.
  • Profielvakken.
  • Gemeenschappelijke basis over meerdere opleidingen in het hoger onderwijs: een inleidende cursus die meerdere masteropleidingen delen.

Moet u hele klassen uitlijnen, maak dan eerst in elke klas een groep aan die de hele klas voorstelt, en lijn vervolgens die groepen uit.

Aanmaken

  1. Maak eerst in elke betrokken klas een groep aan, bij voorkeur met dezelfde naam (voorbeeld: “Latijn” in 4A, in 4B en in 4C).
  2. Ga naar het tabblad Groepsuitlijning.
  3. Klik op Een groepsuitlijning toevoegen en selecteer de groepen uit de verschillende klassen.

Zodra een groep deel uitmaakt van een uitlijning, verschijnt hij op alle betrokken schermen met een koppelingspictogram .

Gevolgen

Eenmaal uitgelijnd is de groep van elke klas gekoppeld aan de gezamenlijke les. Concreet:

  • De lessen moeten in de klassen in spiegelbeeld worden aangemaakt, met name met dezelfde duur, dezelfde docent en eventueel hetzelfde lokaal.
  • Wordt een les van een klas met een uitgelijnde groep op een dag en een uur geplaatst, dan moeten alle andere klassen van de uitlijning diezelfde les in spiegelbeeld hebben, elk met de bijbehorende uitgelijnde groep, op dezelfde positie.
  • Het aantal lesuren en de opsplitsing in lessen met de verschillende uitgelijnde groepen moeten voor het betrokken vak strikt identiek zijn — anders signaleert Omniscol een inconsistentie in de diagnose.
  • Een wijziging (verplaatsen, ander lokaal, andere docent, een opmerking toevoegen) op een les moet worden doorgevoerd in alle uitgelijnde klassen (het systeem probeert te raden welke lessen elkaars spiegelbeeld zijn, om dat zo automatisch mogelijk te laten verlopen).

Diagnose — veelvoorkomende inconsistenties

Een uitlijning is gevoelig voor afwijkingen. Typische diagnoses:

  • Afwijkend aantal lesuren: de groep “Latijn” van 5A heeft 3 lessen Latijn van een uur, die van 5B heeft er 2. Ofwel harmoniseert u (overal 3), ofwel heft u de uitlijning op (2 uitgelijnde uren, één uur op een andere, niet-uitgelijnde groep Latijn).
  • Ander lokaal bij een uitgelijnde les: een uitlijning veronderstelt één enkel lokaal. Forceert u voor de les van één klas handmatig een ander lokaal, dan wordt dat in de diagnose gemeld.
  • Andere docent: idem.

Tip — één groep per les/vak

Omdat uitlijningen zeer gevoelig zijn voor de eis dat ze in perfect spiegelbeeld worden opgezet, is het sterk aan te raden om in elke uit te lijnen klas één groep per betrokken vak of les aan te maken. Met andere woorden: hergebruik geen generieke groep (typisch: groepen A/B) voor verschillende vakken waarop een strikte uitlijningslogica rust. Anders krijgt u dubbelzinnige uitlijningen die de roostergeneratie niet kan ontwarren. Maak liever gespecialiseerde groepen aan, die u onderling kunt koppelen zonder ongewenste neveneffecten te hoeven vrezen.

Zie ook